Bijvoeglijke naamwoordenA1

Bijvoeglijke naamwoorden

Adjective inflection: +e rule, exception for een+het-word

Cíl učení

Can inflect adjectives correctly with -e/-∅

Zkouškové dovednosti:LuistervaardigheidSchrijfvaardigheidSpreekvaardigheid

Podívejte se na tyto příklady. Dokážete rozpoznat gramatický vzorec?

De grote man heeft een klein kind.

Velký muž má malé dítě.

Dit is een mooi schilderij in een mooie lijst.

To je krásný obraz v krásném rámu.

Het weer is lekker warm vandaag.

Počasí je dnes příjemně teplé.

Zaměřte se na zvýrazněné části. Co mají společného?

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen meestal -e vóór het zelfstandig naamwoord:

SituatieUitgangVoorbeeld
de + adj + znw-ede groene auto
het + adj + znw-ehet groene huis
een + adj + de-woord-eeen groene auto
een + adj + het-woordGEEN -eeen groen huis
na werkwoord (predicatief)GEEN -eHet huis is groen.

De enige uitzondering: een + bijvoeglijk naamwoord + het-woord → GEEN -e.

Ezelsbruggetje: Geen -e bij: een klein kind (het kind). Wel -e bij: een kleine auto (de auto).

The een+het-word exception is the main difficulty.

Časté chyby

Wrong adjective ending

Almost always -e. Exception: een + adj + het-word → no -e. Predicative → no -e.

De grote man heeft een klein kind.

Velký muž má malé dítě.

'Grote' má -e (de + příd.). 'Klein' nemá -e (een + het-slovo).

Dit is een mooi schilderij in een mooie lijst.

To je krásný obraz v krásném rámu.

'Mooi' bez -e (een + het-slovo). 'Mooie' s -e (een + de-slovo).

Het weer is lekker warm vandaag.

Počasí je dnes příjemně teplé.

Přídavná jména za slovesem 'zijn' NIKDY nemají -e.

Procvičit v kurzu

Použijte tuto gramatiku ve cvičeních kurzu A1

A1 Kurz
← Zpět na témata