Bijvoeglijke naamwoorden
Adjective inflection: +e rule, exception for een+het-word
Can inflect adjectives correctly with -e/-∅
Podívejte se na tyto příklady. Dokážete rozpoznat gramatický vzorec?
De grote man heeft een klein kind.
Velký muž má malé dítě.
Dit is een mooi schilderij in een mooie lijst.
To je krásný obraz v krásném rámu.
Het weer is lekker warm vandaag.
Počasí je dnes příjemně teplé.
Zaměřte se na zvýrazněné části. Co mají společného?
Bijvoeglijke naamwoorden krijgen meestal -e vóór het zelfstandig naamwoord:
| Situatie | Uitgang | Voorbeeld |
|---|---|---|
| de + adj + znw | -e | de groene auto |
| het + adj + znw | -e | het groene huis |
| een + adj + de-woord | -e | een groene auto |
| een + adj + het-woord | GEEN -e | een groen huis |
| na werkwoord (predicatief) | GEEN -e | Het huis is groen. |
De enige uitzondering: een + bijvoeglijk naamwoord + het-woord → GEEN -e.
Ezelsbruggetje: Geen -e bij: een klein kind (het kind). Wel -e bij: een kleine auto (de auto).
The een+het-word exception is the main difficulty.
Časté chyby
Wrong adjective ending
Almost always -e. Exception: een + adj + het-word → no -e. Predicative → no -e.
De grote man heeft een klein kind.
Velký muž má malé dítě.
'Grote' má -e (de + příd.). 'Klein' nemá -e (een + het-slovo).
Dit is een mooi schilderij in een mooie lijst.
To je krásný obraz v krásném rámu.
'Mooi' bez -e (een + het-slovo). 'Mooie' s -e (een + de-slovo).
Het weer is lekker warm vandaag.
Počasí je dnes příjemně teplé.
Přídavná jména za slovesem 'zijn' NIKDY nemají -e.
Procvičit v kurzu
Použijte tuto gramatiku ve cvičeních kurzu A1