'Er' as existential (Er is/zijn...), locative, and prepositional pronoun
Can use 'er' in existential, locative, and prepositional constructions
Schau dir diese Beispiele an. Kannst du das grammatische Muster erkennen?
Er zijn veel fietsen in Amsterdam.
Es gibt viele Fahrräder in Amsterdam.
Er is een supermarkt naast het station.
Es gibt einen Supermarkt neben dem Bahnhof.
Ik denk eraan, maar ik praat er niet over.
Ich denke daran, aber ich rede nicht darüber.
Achte auf die hervorgehobenen Teile. Was haben sie gemeinsam?
Er is een veelzijdig woordje in het Nederlands:
1. Existentieel er (there is/are):
2. Locatief er (there, at that place):
3. Voorzetsel-er (replaces het/dat + voorzetsel):
Let op: Bij existentieel er is het werkwoord enkelvoud of meervoud afhankelijk van wat volgt: Er is een hond vs. Er zijn drie honden.
Wende diese Grammatik in den Übungen des Kurses A1 an
ÜbungsaufgabenForgetting 'er' in existential construction
Dutch requires 'er' in existential sentences: Er is/Er zijn..., not just *Is een probleem.
Er zijn veel fietsen in Amsterdam.
Es gibt viele Fahrräder in Amsterdam.
Existenzielles 'er' + 'zijn' (Plural, weil 'fietsen').
Er is een supermarkt naast het station.
Es gibt einen Supermarkt neben dem Bahnhof.
Existenzielles 'er' + 'is' (Singular).
Ik denk eraan, maar ik praat er niet over.
Ich denke daran, aber ich rede nicht darüber.
Präpositionales 'er': eraan (er + aan), er...over (er + over).
Im Kurs üben
Wende diese Grammatik in den Übungen des Kurses A1 an