- Startseite
- ›Grammatik
- ›A1
- ›Scheidbare werkwoorden
Scheidbare werkwoorden
Separable verbs: prefix goes to end in main clause (opstaan→ik sta op)
Can use separable verbs with correct prefix placement
Schau dir diese Beispiele an. Kannst du das grammatische Muster erkennen?
Ik sta elke dag om zes uur op.
Ich stehe jeden Tag um sechs Uhr auf.
Neem jij een paraplu mee?
Nimmst du einen Regenschirm mit?
De trein komt om negen uur in Amsterdam aan.
Der Zug kommt um neun Uhr in Amsterdam an.
Achte auf die hervorgehobenen Teile. Was haben sie gemeinsam?
Scheidbare werkwoorden bestaan uit een voorvoegsel + werkwoord. In de hoofdzin gaat het voorvoegsel naar het einde:
| Infinitief | Betekenis | Zin |
|---|---|---|
| opstaan | to get up | Ik sta om 7 uur op. |
| meenemen | to take along | Ik neem een paraplu mee. |
| aankomen | to arrive | De trein komt om 9 uur aan. |
| uitgaan | to go out | Wij gaan vanavond uit. |
Hoe herken je een scheidbaar werkwoord? Het voorvoegsel heeft klemtoon: OPstaan, MEEnemen. Onscheidbare werkwoorden hebben klemtoon op de stam: beGINnen, verSTAan.
Häufige Fehlermuster
Prefix not at end of clause
In main clauses, the separable prefix goes to the END: Ik sta op, not *Ik opsta.
Ik sta elke dag om zes uur op.
Ich stehe jeden Tag um sechs Uhr auf.
'Opstaan' wird getrennt: 'sta' auf V2, 'op' am Ende.
Neem jij een paraplu mee?
Nimmst du einen Regenschirm mit?
In Fragen: Verb zuerst, Vorsilbe am Ende.
De trein komt om negen uur in Amsterdam aan.
Der Zug kommt um neun Uhr in Amsterdam an.
'Aankomen' → 'komt...aan'. Die Vorsilbe steht ganz am Ende.
Im Kurs üben
Wende diese Grammatik in den Übungen des Kurses A1 an