- Startseite
- ›Grammatik
- ›A1
- ›Voorzetsels van tijd
Voorzetsels van tijd
Prepositions of time: om (clock), op (days), in (months/years/seasons), 's morgens/avonds
Can use time prepositions correctly
Schau dir diese Beispiele an. Kannst du das grammatische Muster erkennen?
Ik sta 's morgens om zeven uur op.
Ich stehe morgens um sieben Uhr auf.
Op zaterdag gaan wij in de zomer naar het strand.
Am Samstag gehen wir im Sommer zum Strand.
Van maandag tot vrijdag werk ik van negen tot vijf.
Von Montag bis Freitag arbeite ich von neun bis fünf.
Achte auf die hervorgehobenen Teile. Was haben sie gemeinsam?
Voorzetsels van tijd:
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| om | kloktijd | om drie uur |
| op | dagen, data | op maandag, op 5 mei |
| in | maanden, seizoenen, jaren | in januari, in de zomer, in 2024 |
| 's | dagdelen | 's morgens, 's middags, 's avonds, 's nachts |
| van...tot | periode | van maandag tot vrijdag |
| sinds | since | sinds vorig jaar |
Let op 's: De 's in 's morgens is een oude genitivus. Spreek uit als gewoon: smorgens.
Häufige Fehlermuster
Wrong time preposition
om = clock, op = days/dates, in = months/years/seasons, 's = parts of day.
Ik sta 's morgens om zeven uur op.
Ich stehe morgens um sieben Uhr auf.
's morgens = morgens. 'Om' für Uhrzeiten.
Op zaterdag gaan wij in de zomer naar het strand.
Am Samstag gehen wir im Sommer zum Strand.
'Op' für Tag, 'in' für Jahreszeit.
Van maandag tot vrijdag werk ik van negen tot vijf.
Von Montag bis Freitag arbeite ich von neun bis fünf.
'Van...tot' für Zeiträume. V2-Regel.
Im Kurs üben
Wende diese Grammatik in den Übungen des Kurses A1 an