- Startseite
- ›Grammatik
- ›A1
- ›Voorzetsels van plaats
Voorzetsels van plaats
Prepositions of place: in, op, aan, bij, naast, voor, achter, tussen, onder, boven
Can describe locations using Dutch prepositions of place
Schau dir diese Beispiele an. Kannst du das grammatische Muster erkennen?
De kat zit op de tafel naast het raam.
Die Katze sitzt auf dem Tisch neben dem Fenster.
Het schilderij hangt aan de muur boven de bank.
Das Gemälde hängt an der Wand über dem Sofa.
De kinderen spelen tussen de bomen achter ons huis.
Die Kinder spielen zwischen den Bäumen hinter unserem Haus.
Achte auf die hervorgehobenen Teile. Was haben sie gemeinsam?
Voorzetsels van plaats geven aan waar iets is:
| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| in | in | in de kamer |
| op | on/at | op de tafel |
| aan | at/on (attached) | aan de muur |
| bij | at/near | bij het station |
| naast | next to | naast de bank |
| voor | in front of | voor het huis |
| achter | behind | achter de kerk |
| tussen | between | tussen de bomen |
| onder | under | onder de tafel |
| boven | above | boven de deur |
Häufige Fehlermuster
Confusing op/aan/bij
Op = on (horizontal surface). Aan = on (attached/vertical). Bij = at/near (proximity).
De kat zit op de tafel naast het raam.
Die Katze sitzt auf dem Tisch neben dem Fenster.
'Op' für horizontale Fläche, 'naast' für daneben.
Het schilderij hangt aan de muur boven de bank.
Das Gemälde hängt an der Wand über dem Sofa.
'Aan' für angeheftet. 'Boven' für über.
De kinderen spelen tussen de bomen achter ons huis.
Die Kinder spielen zwischen den Bäumen hinter unserem Haus.
'Tussen' für zwischen. 'Achter' für hinter.
Im Kurs üben
Wende diese Grammatik in den Übungen des Kurses A1 an